Frummel

 

Een frummelig bolletje, dit wishaaksel. Het is gemaakt door in een spiraal van steken telkens om de andere steek er eentje te meerderen. Elke winding van de spiraal is dus anderhalf keer zo lang als de vorige. Ik begon met een klein lusje (zie de tweede figuur hieronder) en met dat meerderen krijg je in het begin een min of meer vlakke, cirkelvormige lap stof, met een gat in het midden. Maar na verloop van tijd wordt de rand van de stof steeds groter, de omtrek wordt langer dan die van een cirkel, en de rand gaat omkrullen. En dan krijg je dus een frummel.

Misschien vraag je je af hoe je dan wel een vlakke cirkel kunt haken. Daarvoor moet je in elke toer, elke winding van de spiraal van steken, evenveel steken meerderen. Als je steken even hoog als breed zijn, ongeveer zes per rondje. Want, en hier komt de wiskunde, de omtrek van een cirkel is 2\pi r als de straal r is. En als de straal nu r+1 wordt, omdat je een rondje verder gehaakt hebt, dan is de omtrek 2\pi (r +1) = 2\pi r + 2\pi, dus ongeveer 6 groter geworden.

Bij de frummel meerderde ik niet steeds evenveel steken, maar met een vaste verhouding: twee steken worden er drie. Dat betekent in het begin te weinig meerderen voor een vlakke cirkel, en dan al snel teveel, en daarna veel te veel.

(Ik schreef eerder over de frummel op Qulog)

Advertenties